Energiemanagement: de balans tussen factuur, comfort en milieu

door Gwen Vanheusden
1,1K views
PXL-Tech bracht in een onderzoeksproject z’n eigen energieverbruik in kaart.

Slimme meters, sensoren die je verlichting en verwarming sturen, energiezuinige zonneboilers and the like: wie automatiseert, kan energie en dus geld besparen. Maar weegt de investering daar altijd tegen op? PXL-Tech nam z’n eigen verbruik onder de loep en zet enkele vaststellingen op een rijtje.

Tegen 2020 – de tijd tikt – moet de Europese Unie de uitstoot van CO2 met 20% terugdringen, het energieverbruik met 20% doen dalen en het aandeel hernieuwbare energie tot 20% optrekken ten opzichte van het niveau in 1990. Ambitieuze doelstellingen die mee het kader vormden voor het speerpuntproject ‘Sustainable comfort by energy flow management’ – kortweg SCEM. Onder die noemer werkten Gwen Vanheusden en Wim Vandormael – beiden verbonden aan de PXL-opleiding elektromechanica – een onderzoek uit rond de thema’s energiemanagement, duurzaam comfort en de rol die geautomatiseerde systemen (BACS of ‘building automation control systems’) daarin kunnen spelen.

Europese norm

Het onderzoek vertrok van een grondige studie van EN 15232, een Europese norm die aangeeft hoe energieprestaties van gebouwen bevorderd kunnen worden door gebruik te maken van geautomatiseerde energiebeheersystemen. Denk bijvoorbeeld aan automatische zonnewering of verlichting en verwarming die gestuurd wordt op basis van aanwezigheidsdetectie. Achterliggende gedachte: hoe meer je automatiseert (met sensoren, meters enz.), hoe meer energie je kan besparen omdat je je energieverbruik veel beter afstemt op je noden. Anticiperen doet besparen. Bye bye verlichting die blijft branden als iedereen het gebouw verlaten heeft…

De energie-efficiëntie van een gebouw wordt in EN 15232 onderverdeeld in vier niveaus, van A tot en met D, waarbij A het hoogste prestatieniveau is.

Met behulp van geautomatiseerde energiebeheersystemen kan een gebouw heel wat energie en dus geld besparen.

Energieverbruik van PXL-Tech in kaart

In een tweede fase werd – vertrekkend van EN 15232 – het energieverbruik van de PXL-Tech-campus in Diepenbeek gemonitord en zorgvuldig onder de loep genomen: elektriciteit, gas en water. Een actueel verbruiksoverzicht van de campus vind je hier.

De PXL-Tech-campus bleek globaal niveau C te scoren, af en toe B, en soms ook D. Enkele vaststellingen:

  1. Het Honeywell-gebouwbeheersysteem dateert uit 1998 en is daardoor enigszins verouderd, zeker omdat sommige onderdelen van het systeem niet meer gefabriceerd worden.
  2. De verwarming op de campus is geautomatiseerd, de verlichting niet (vandaar niveau D). Belangrijke bedenking daarbij: PXL-Tech wil uiteraard energie en geld besparen, maar vooral ook comfort optimaliseren. Automatische verlichting is voor een bestaande studentencampus uit 1998 vanuit comfortoogpunt minder prioritair dan automatisch gestuurde verwarming.
  3. Voortgaand op dat comfort: de ventilatie van het gebouw blijft een pijnpunt. Toch werden de belangrijkste tekortkomingen de afgelopen jaren al aangepakt via bachelorproeven van studenten. Zo zijn er in sommige lokalen plc-gestuurde ventilatie-units die continu CO2 meten en rekening houden met bezettingsgraad/aanwezigheid.
  4. Het waterverbruik bleek vrij hoog te liggen, vooral door de toiletten die vooralsnog op stadswater aangewezen zijn. In de toekomst zal dit vervangen worden door een regenwatersysteem.
  5. In 2015 installeerden twee studenten voor hun bachelorproef een zonneboiler in de campuskeuken, waardoor het warm water heel wat minder gas- en elektriciteitsverbruik met zich meebrengt dan voorheen.

Algemene slotbeschouwingen

Het SCEM-speerpuntproject geeft ook voer voor enkele algemene bedenkingen rond energiebeheer, automatisering en comfort:

1. Particulieren: alleen voor het comfort, niet voor het geld

Wie als particuliere klant met geautomatiseerde energiemanagementsystemen aan de slag wil, denkt toch nog beter een keer na. Doe je het, doe het dan vooral voor het comfort, niet om geld te verdienen. Puur economisch is het immers niet interessant: 20 tot 30% energiebesparing op basis van automatisering is te weinig om van een echt terugverdieneffect te spreken. Je spaart als particuliere klant op jaarbasis hooguit een paar honderd euro uit, veel minder dan je investering.

2. Overkoepelende coördinatie en integratie ontbreekt

Wat momenteel ontbreekt, is een overkoepelende integratie van alle automatiseringssystemen en technieken. Fabrikanten en installateurs denken nogal sterk in hokjes en proberen hun eigen systeem af te schermen van dat van concurrenten. Nochtans zijn samenwerking, integratie en coördinatie de toekomst. Alleen door een functionele coördinatie van alle technieken kun je echt tot een geoptimaliseerd energieverbruik komen.

(Een van de weinige uitzonderingen in dit verband is EVEA, een studiebureau dat zich uitdrukkelijk tot doel stelt de verschillende technieken en systemen zo duurzaam mogelijk te integreren.)

3. Retrofitting: heel moeilijk

Retrofitting – het aanbrengen van nieuwe systemen en technieken in een ouder, bestaand gebouw (zoals de PXL-Tech-campus) – is allesbehalve evident. Building automation control systems zijn vooral interessant voor nieuwbouwprojecten. Vooraf goed nadenken en anticiperen op potentiële toekomstige systemen is daarbij de boodschap.

Auteurs: Gwen Vanheusden en Wim Vandormael, lectoren/onderzoekers PXL-elektromechanica

Meer info? gwen.vanheusden@pxl.be / +32 11 77 54 34

Lees ook: PXL-Tech stelt duurzaamheidsrapport voor

Aanbevolen berichten